Bioresonantie gaat uit van de wetenschap dat alles om ons heen onafgebroken in beweging is. De bewegingen in elke stof geven bepaalde trillingen af en daardoor ontstaan trillingsfrequenties. Alles wat leeft, maar ook spullen zoals meubels bestaan uit trillingen. In het menselijk lichaam is ieder orgaan opgebouwd uit cellen met hun eigen trilling. Al deze trillingen van deze cellen bij elkaar genomen, noemen we de totaalfrequentie van dat orgaan. Een zieke cel heeft een andere trilling dan een gezonde cel. Het gevolg is dat een ziek orgaan een andere totaalfrequentie heeft dan een gezond werkend orgaan. De trillingen kunnen buiten het lichaam worden gemeten.
Vergelijkbare voorbeelden die in principe ook een vorm van bioresonantie zijn:
- ECG (elektrocardiogram): er worden elektroden op armen, benen en rond de hartstreek geplaatst. Na enkele minuten kan men het resultaat beoordelen. ‘Elektrische stroom’ die het hart aanzet tot zijn functies, wordt door de lichaamsweefsels voorgeleid om door de elektronen te worden opgepikt.
- Stem: de stem wordt in de keel gevormd door het in trilling brengen van twee stembanden waar de lucht van de ademhaling langs gaat. De keelholte dient als klankkast, om de trilling in geluid om te zetten.
- Trommelvlies: geluid wordt door lucht gedragen, raakt het trommelvlies en brengt dit in trilling. Trillingen worden overgebracht via het middenoor naar het binnenoor. Van elke frequentie, van hoog tot laag, zijn er cellen die gevoelig zijn voor die soort trilling en toonhoogte.
